Herdenkingen

Laat ik het nou maar eerlijk zeggen: ik vond het feestjes van niks, afgelopen maand. Het was me al eerder opgevallen, wij Haarlemmers zijn niet goed in het vieren van openbare feestjes. De leukste dingen spelen zich altijd achter gesloten deuren af. Voor de happy few, de genodigde notabelen worden kosten noch moeite gespaard, maar voor ons gewone Haarlemmers valt er weinig lol te beleven als er in Haarlem iets herdacht of gevierd wordt.

Afgelopen 13 oktober werd de Melkbrug na een jaar heropend. Groot feest met toespraken en een lichtshow en een jongeman die plaatjes draaide. Groot feest op de oevers van het Spaarne? Neu. Het echte feest speelde zich af in De Zwarte hond. Deze horecagelegenheid met prachtig uitzicht op de brug en het Spaarne was exclusief gereserveerd voor de ambtenaren van de gemeente. De buurtbewoners die een jaar lang via Schalkwijk of Haarlem Noord moesten omlopen om aan de overkant te komen, stonden buiten in de miezerige rotregen naar een bak kolereherrie te luisteren. Er was niet eens koffie te krijgen. Binnen lieten de ambtenaren zich vollopen. Drank en eten zat, allemaal exclusief voor de bureaucraten. De doordeweekse Haarlemmer heeft er niets van meegekregen. Het werd anders te duur natuurlijk.

Begin vorige week was er weer een herdenking. Eentje waar werkelijk helemaal nxedxe9ts van klopte. De datum niet, het jaartal niet. Het enige historisch juiste was de plek van de herdenking. Wellicht fronst u nu de wenkbrauwen, denkt u heel diep na en schudt u het hoofd. Geen idxe9xe9 waar ik het over heb?

Goed. In 1576 was Haarlem nog steeds bezet door de Spanjaarden. Drie jaar eerder was het beleg afgelopen en de stad moest miljoenen guldens boete betalen. Waar nu de waag is, stond destijds een wachthuisje waar twee soldaten in Spaanse dienst een partij buskruit bewaakten. Het was een bitterkoude oktoberavond. 23 Oktober om precies te zijn, 23 oktober 1576, 434 jaar geleden. Straffe wind uit het oosten.

Tegen achten op die avond pookte een van die twee soldaten een turfvuurtje op. Een verdwaalde vonk kwam terecht bij het buskruit en de rest is geschiedenis.

Afgelopen dinsdag werd deze historische gebeurtenis nagespeeld. Het enige wat klopte was de plek. De opening van de festiviteiten bestond uit het veroorzaken van een vonk in parkeergarage de Appelaar, precies op de plek waar ooit dat wachthuisje stond. Maar waarom nou op 26 oktober en niet op de 23ste? En waarom nou 434 jaar later? Waarom niet even een jaartje gewacht? Ik bedoel: 434, het is een mooi getal maar het is toch geen jubileum? En als je dan toch zo graag wil vieren, zorg dan in elk geval dat de datum klopt.

Dat vonkje in dat kruitvat in dat wachthuisje op de hoek van de Damstraat zorgde 434 jaar geleden voor een brand die een derde van de stad platlegde. Wat een fik! De hele stad kon er van meegenieten.

Wat kregen wij te zien van de historische herdenking van deze ramp? Niks! We wxedsten niet eens dat hij ging plaatsvinden!

Dat van dat vonkje hebben ze knap nagedaan. De rest van het feest speelde zich, net als de heropening van de Melkbrug achter gesloten deuren af. Niks te zien, op wat goedkope rook-effecten na. De herdenking van de Grote Stadsbrand van 1576 was exclusief een feestje voor de brandweer. Tot ver op de Bakenessergracht waren straten afgezet om de gewone burger uit de buurt te houden. Binnen schijnt het er warmpjes aan toe te zijn gegaan, maar mochten wij meegenieten? Ja, de fotox92s kwamen in de krant, dat was het. Het werd anders te duur natuurlijk.

Over drie weken is het wxe9xe9r zo ver. Dan hebben we opnieuw iets te herdenken. Op 21 november bestaat onze stad officieel 765 jaar. Ik durf te wedden dat helemaal niemand iets gaat merken van deze historische datum. Het argument kan ik zxf3 al geven: de kosten van het laatste feestje zijn zwaar uit de hand gelopen, en er komt txf3ch nauwelijks een hond op herdenkingen af.

We kunnen het gewoon niet, hier in Haarlem.

1 November 2010
By on 22:59
Toy Story

De geschiedenis herhaalt zich niet, maar is nietwars van mimicry.
Mij veertienjarige zoon heeft zijn eerste serieuzeverkering, een vakantieliefde ontmoet in Frankrijk. Of hij uitbundig verliefdis wxe9xe9t ik niet, daar praat hij niet over en ik vraag het niet. Wel is hij haarvandaag op gaan zoeken. Ze woont ergens onder Rotterdam en zo gaat aan datbezoek zijn eerste treinreis alleen vooraf.
Wat voor de generatie die opgroeide zonder devanzelfsprekendheid van een auto doodgewoon is, blijkt voor hem een openbaring:het reizen met de trein. De worsteling met het spoorboekje blijft hem bespaard,maar de reisplanner stelt hem voor voldoende problemen. Hoe dat dan gaat metoverstappen en of je bij elke overstap een nieuw kaartje moet kopen, of zox92nkaartje de hele dag geldig is en hoe het reizen met korting werkt. De terugreiszal minder problemen opleveren: de vader van zijn vriendinnetje brengt hemthuis.
Vanochtend om halfelf vertrok hij.
Sentimentele dweil die ik ben, ik zie mezelf in detrein zitten, xf3xf3k op weg naar Rotterdam, naar een liefde. Het is 1978 en ik ben20 in plaats van veertien, maar txf3ch. Voor het eerst naar een stad die eenwitte vlek op je kaart is. Vanzelfsprekend geen internet om je de weg te wijzen,maar een bij de boekhandel gekochte stadsplattegrond.
Het maakt allemaal niet uit, de luxe van nu isniet anders dan de luxe van toen en het wezen van de reis die mijn zoon nu maaktis hetzelfde als mijn reis destijds.
Mijn Rotterdamse is allang verdwenen in de mistder jaren, wat er met de zijne gebeurt zal de tijd leren. Het onvergetelijke vande gebeurtenis is de overeenkomst. Mimicry.
Ervaart hij dit net zo als een mijlpaal als ik?Hij een reusachtige stap vooruit, ik in een spagaat tussen mijn herinnering enzijn toekomst. Het onverbiddelijke ouder worden dat zijn avontuur is, wordt mijnmet trots gemengde weemoed.
Met mijn dochter van acht zit ik x92s middags in debioscoop: Toy Story 3. De pay off van de film is simpel: Andy is zeventiengeworden, hij gaat het huis uit om te studeren en zijn speelgoed, waaronder Woody en Buzz Lightyear dreigtofwel op zolder dan wel bij het vuilnis terecht te komen. Na een scala aan avonturenvinden ze een nieuwe eigenaar die hen waard is.
Het is een film lang sentiment dweilen. Ik denkaan mijn zoon die op zijn zesde een Buzz Lightyear Action Doll had, ik kijknaar mijn dochter die van de film geniet, ik kijk meer naar de beelden in mijneigen geheugen dan naar het projectiescherm in de bioscoopzaal.
Laat vanavond wordt mijn zoon keurig thuisbezorgddoor de ouders van zijn vriendinnetje. De volwassenen in de fase van aftastendbeleefd, mijn zoon en zijn vriendin doodgewoon moe.
Ik zoek later in de boekenkast een foto van mijnRotterdamse; zij staat achterop de dichtbundel die ze publiceerde. Daarna ga iknog even bij mijn slapende dochter kijken. Zij heeft als versiering op de muurbij haar bed een meer dan levensgrote Buzz Lightyear.

17 August 2010
By on 22:41
NIKS

Vooropgesteld: het is en blijft een sympathiek idee om zeskeer per jaar een glossy over Haarlem te maken. De HRLM, het gratis glimmendetijdschrift over heeft binnen de kortste keren zijn plek in de stad gevonden.Maarliefst 25.000 exemplaren worden verspreid en meegenomen. Leuk.
Oxf3k leuk: omdat het blad gratis is, wordt het zonder winstoogmerkgemaakt. De medewerkers krijgen hooguit een onkostenvergoeding, in principewerk je mee aan de HRLM omdat je het intitiatief sympathiek vindt.
Toen ik een jaar geleden gevraagd werd een column te leverenvoor de stadsglossy, hoefde ik niet lang na te denken. Al zit ik niet tewachten op onbezoldigd werk, ik wilde best om de maand een stukkie leveren. Hetis een dag werk, maar vrijwilligerswerk is xf3xf3k nuttig. Vraag niet wat je stadvoor jou kan doen, etc. etc.
Een column heeft journalistiek gezien een status aparte. De krantof tijdschrift bieden een vrijplaats aan de columnist. Onderwerpkeuze, toon,inhoud, de gespuide mening, ze vallen niet onder de verantwoordelijkheid van dehoofdredactie. Het stukje wordt geplaatst zoals het wordt aangeleverd. Deredactie mag tikfouten corrigeren, maar daar blijft het bij.
Wat nxf3xf3it mag, wat journalistiek een doodzonde is, is zonderoverleg een column veranderen.
Omdat een column geen regulier artikel is, heeft hij ook eenandere opbouw dan een normaal bericht. Een nieuwsbericht begint eerst met debelangrijkste zaken. De lezer moet in een paar regels weten wat er aan de handis. Wie wil kan vervolgens tot het einde verder lezen. Het handige van diestructuur is, dat je zox92n artikel van onderaf kunt inkorten. Is het te langvoor de pagina, dan haalt de afdeling opmaak de laatste paar regels weg, net zolang tot het stukje x91op maatx92 is.
Omdat een column geen nieuwsbericht is, zit hij ook andersin elkaar. Een column is een betoog met een kop en een staart en een clouergens onderaan en met een beetje mazzel een grap hier en daar.
Als een column ingekort wordt, moet dat met zorg en inzichtworden gedaan, zodat het verloop van het stuk intact blijft, de mening helder,het betoog logisch.
Wie de HRLM van juni opslaat en mijn column leest, komt eenmerkwaardig stukje tegen dat wel een kop heeft maar geen staart, dat zomaarergens eindigt met een merkwaardige mening die niet de mijne is, kortom eenmisbaksel.
De god van Haarlem mag weten waarom, maar iemand heeft hetnodig gevonden de laatste regels van mijn column af te snijden, precies de alineax92swaarin de grap zit, de relativering en de clou.
Was mijn stukje te lang? Nee, ik lever tot op het woord deafgesproken lengte. Was iemand het niet met mij eens, vond iemand me te langdradig?Geen flauw benul. Mij hebben ze niets gevraagd. Ik wist van niets. Geen woordvan de redactie, geen enkele poging tot overleg.
Blijkbaar gaat de HRLM ervan uit dat iets wat niks kost, ookniks kan voorstellen, dat het een stukje van niks was dat ik aanleverde en hetniks uitmaakte wat er op die pagina kwam te staan.
Ik had natuurlijk kunnen weten dat ze van inkorten zijn bijonze stadsglossy. Het woord Haarlem is ze al te lang. Om de redactie ter willete zijn heb ik mijn volgende column al ingekort tot zijn essentie: tt zns!

18 June 2010
By on 09:07
Kleur

Het ligt aan mij, ik weet het best. Een fout in mijnkarakter dwingt mij altijd tot dwarsliggen. Is iedereen ervan overtuigd dat dekortste weg van A naar B een rechte lijn is, dan wijs ik er bescheiden opdat er door die rechte lijn een kloof loopt waar je alleen maar overheen komtals je kampioen verspringen bent, dus dat de optie om een omweg via C te makenhet overwegen waard is.
Dat dwarsliggen is niet alleen dwangmatig gedrag, het is meook gebleken dat het bij velen de ogen opent. Dwarsliggen is een goederemedie tegen koker- en tunnelvisie, het leidt tot serendipiteit en voedt defantasie.
Met stijgende verbazing, met groeiende verbijstering heb iktoegekeken hoe er de laatste twee xe0 drie weken een nationale kokervisie isontwikkeld waar ze in het Derde Rijk een puntje aan hadden kunnen zuigen.
Hoe het precies werkt, wxe9xe9t ik niet, welk ragfijne psychologischespel er gespeeld wordt kan ik niet doorgronden. Ik kan alleen maar met steedsverder open zakkende mond toekijken.
Nooit heeft iemand mij kunnen uitleggen waarin de fascinatieschuilt van het kijken naar 22 jeugdige miljonairs die in een kort broekje eneen bespottelijk T-shirt met kousen tot aan hun kniexebn achter een bal aanhollen. Ze verdienen meer per jaar dan wij in ons hele leven met het hollendoor een tuin waar verder niets te beleven valt. Ze hebben de mooiste vrouwenvan Nederland die ook nog eens even dom zijn als zij, dat wil zeggen, evenmin begrijpelijkehele zinnen kunnen zeggen.
De Nederlandse volksaard schrijft jaloezie voor bij zoveelonterechte mazzel: dom, rijk en in bezit van lekker wijf. Hoon en spot hoortdeze twintigers ten deel te vallen, maar dezer dagen is sprake van hettegendeel. Zij schijnen helden te zijn, want dat met die bal valt onder hetkopje sport en wie goed is in sport is een held. Dit heb ik niet van mezelf,dit is mij verteld. Verteld, niet uitgelegd, dus ik snap er niks van. Op deparalympische winterspelen van onlangs kregen Nederlandse sporters 3 goudenmedailles, 5 zilveren en 4 bronzen, maar daar heb ik niemand over gehoord. Geenstraten vol vlaggetjes, geen toeters, geen schmink, geen rare cadeautjes bijbesteding van 15 euro in de supermarkt, geen compleet oranje gekleurdereclameblokken waarin televisies, bier, tompouces, steunkousen oftuinameublementen als onmisbaar voor de sportbeleving worden aangeprezen.Helemaal niks gehoord over de prestaties van, ik noem maar een naam, Kees-Janvan der Klooster.
Dat de groeiende hysterie over sport gaat, lijkt mij dus geenjuiste verklaring. Bovendien, er is nog helemaal niet gesport. Nou ja, deNederlandse miljonairs hebben een potje lopen rennen met de Deensemiljonairs, maar van echte prestaties, van winnenis nog helemaal geen sprake.
Dat kan het dus niet zijn. Ik vermoed iets dieperliggends.Iets dat ergens in ons verlengde merg zit, de plek waar we onze hersenen haddentoen we evolutionair nog in het kleine zoogdierenstadium verkeerden.
Ik denk dat de kleur oranje oeroude sluimerendeprikkelingen veroorzaakt. In het kleurenspectrum ligt oranje heel dicht tegenpaars en ultraviolet en het is bekend dat die straling een merkwaardige impactop ons denken heeft.
In de afgelopen weken zijn we steeds meer blootgesteld aande stralingen van oranje en zo zijn we gaan denken in termen als Oranje terwijlje het over een voetbalelftal hebt, daarna werden het onze jongens, terwijl jehet hebt over jongelui die je alleen van naam kent en vervolgens werd het Wij. Die tweexebntwintig voetballende miljonairszijn wij. En als de dosis oranje nogeen beetje wordt opgevoerd zijn 'wij' ik.Lx92orange, cex92st moi.
Als het zo ver is, als wij ik zijn geworden, valt alles vanons af. Dan is ik een miljoenenkoppig wezen dat begint te hollen en dat metmiljoenen pootjes rechtuit dendert. We zijn weer kleine zoogdiertjes. Alleswordt kaalgevreten, platgewalst en vertrapt in een onstuitbare gang. Rechtdoor,rechtuit, de kortste weg van A naar B.
Ik kijk wel uit om te waarschuwen voor de enorme kloof die dwarsdoor die rechte lijn van A naar B loopt. En waar we ons als lemmingen in gaan storten.Ik zou niet durven, want ik ben maar in mijn eentje.

14 June 2010
By on 08:09
Politiek

Zo met de verkiezingen achter de rug en de verkiezingen voorde boeg, heb je dezer dagen alle tijd om na te denken over de politiek. Voorhet schrijven van dit gesproken cursiefje (dat is Nederlands voor column) heb ik devoors en tegens van politiek eens naast elkaar gelegd. Ik ben tot de conclusiegekomen dat ik vxf3xf3r de politiek ben. Voor- mits.
Politiek zit bijons in de familie. Mijn dochter van 8 is een politiek dier. Wat die thuisallemaal niet voor elkaar krijgt, grenst aan het bewonderenswaardige. Nietvreemd dat ze heeft meegespeeld in een verkiezingsfilmpje van een lokalepartij. Ze kreeg me zelfs zo ver dat ik xf3xf3k meespeelde. Het was mijn eerste daadvan kleur bekennen ooit. En mijn laatste tot nog toe.
Want hoewel ik voor politiek ben, wil dat niet zeggen dat iker veel van begrijp. Ik begrijp maar xe9xe9n soort van politiek en dat is meteen depolitiek van het laagste allooi. Hindert niet; van vrouwen snap ik ook niks entoch ben ik vrijwel altijd voor vrouwen.
Mijn markantste politieke daad na het meedoen aan datfilmpje, was dit jaar het rood kleuren van een vakje, waarmee ik mijnbetrokkenheid bij de lokale politiek weer eens duidelijk maakte.
Ik ben het allermeest voor lokale politiek omdat die zodichtbij je staat. Je hoeft maar naar Uitgeest te gaan, of naar Heemstede, omeen Haarlemse wethouder tegen het lijf te lopen. Zo iets geeft verbondenheid,vind ik. En je komt nog eens ergens.
Nuttig is lokale politiek ook. Drie jaar geleden kreeg ikvan een wethouder de Erepenning van Verdienste en sindsdien begrijp ik het belangvan lokale politiek.
In ons nieuwe college heb ik meteen al het volstevertrouwen. Het is amper gexefnstalleerd, of je ziet de eerste resultaten.Er kwam een einde aan een wekenlange periode met bijzonder weinig regenval, deopwarming van de aarde is een halt toegeroepen en er waait een frisse wind doorde stad. De Jansstraat wordt eindelijk fietsvriendelijk herbestraat en er zijnplannen om bij de Hoogstraat een brug over het Spaarne te leggen. Ik bedoel:hoe daadkrachtig wil je het hebben?
Lokale politiek heeft een gezicht en dat is ook leuk. Zo kenik een lid van de lokale politiek waar je bier mee kunt drinken, met een anderkun je het over zijn kinderboekenverzameling hebben en wxe9xe9r een ander, diejammer genoeg niet werd herkozen, is een groot kenner van witte wijn.
Hoewel ik de politiek dus van dichtbij meemaak heb ik nooitoverwogen me er in te begeven.
Het lijkt me heerlijk om op vragen als x91Ben jij vxf3xf3r of benjij tegen?x92 te kunnen antwoorden met een krachtig: inderdaad.
Graag zou ik mijn mening zo uitgesproken willen kunnenoverdragen, maar vaak hxe9b ik helemaal geen mening, ik verzin meestal ter plekkemaar wat en van de meeste dingen in dit leven heb ik totaal geen verstand,dus dan moet je niet in de politiek willen. Nu is meteen duidelijk wat hetverschil tussen politiek en vrouwen is. Dit geheel terzijde. Maar, xf3xf3k geheelterzijde, ik zou dan weer geen goeie staatssecretaris van defensie zijn.
Er is nog een goede reden waarom ik me beperk tot alleen eenwarm hart voor de lokale politiek: ik ben als de dood om fouten te maken. Ikzou het bijvoorbeeld vreselijk vinden om er achter te komen dat ik bij deverkeerde politieke partij zit. Rond Kerstmis vorig jaar werd ik gevraagd omlijstduwer van een lokale eenmanspartij te worden. Het leek die club leuk om mijnnaam op een onverkiesbare plaats te hebben staan. Heel verstandig om mij onverkiesbaar te houden, maar een partij die iemand als ik kandidaatstelt, kan niet anders dan een verkeerde partij zijn.
De derde en doorslaggevende reden waarom ik vxf3xf3r politiekben maar er niet in ga, is dat ik de paar vrienden die ik heb, niet kwijt wil.En dat moet in de politiek. Politiek kun je uitsluitend voeren met vijanden.Iedereen moet je vijand zijn. Vrienden hebben is uit den boze. Als ik depolitiek in zou gaan, zou dat het einde zijn van de enige politiek die ik echtbegrijp en echt beoefen: vriendjespolitiek.

(Broodkast Haarlem 105 12 mei)

13 May 2010
By on 10:54
Alles van waarde…

Het is lente dus de verkiezingsprogramma’s schieten als paddenstoelen uit de grond. Zoals te verwachten is de kredietcrisis ons niet alleen persoonlijk een rib uit het lijf, we gaan er ook nog eens collectief flink voor betalen. Bij de opmerkelijkste bezuinigingsplannen heeft Groen Links met voorsprong gewonnen.
Recent verscheen in de Volkskrant een artikel waarin lijsttrekster Halsema samen met een van de GL-kandidaten een opzienbarend plan uit de doeken deed: om de positie van de kunst en de kunstenaars te verbeteren wil GL het auteursrecht grondig herzien. Luid applaus uit de gehele linkse intelligentsia.
Auteursrecht is complexe materie maar het komt erop neer dat een kunstwerk (in welke vorm dan ook; dans, liedje, film, boek etc.) het geestelijk eigendom van de maker (de auteur) is. Geestelijk omdat kunst de neiging heeft onstoffelijk te zijn. Dat eigendomsrecht blijft tot 75 jaar na het overlijden van de maker bestaan. Iedereen die iets met een liedje, toneelstuk, boek, beeldhouwwerk wil doen, moet toestemming van de auteur hebben en daar een vergoeding voor betalen. Op die manier krijgt de kunstenaar een inkomen. Net als de bakker, boekhouder en boer verdient hij zijn geld met zijn werk.
Groen Links vindt dat ouderwets en achterhaald. Groen Links gaat het auteursrecht vernieuwen. Groen Links vindt dat het na tien jaar wel mooi is. Tien jaar na het verschijnen van een kunstwerk raakt de auteur (de maker dus) het eigendom van zijn werk kwijt. Het is na tien jaar van iedereen, zodat het bewerkt, verminkt, binnenstebuiten gekeerd, verbouwd, overgeschilderd, gekopieerd mag worden. Er mag alles mee gedaan worden wat je maar kunt doen met een kunstwerk zonder dat de maker er nog iets over te zeggen heeft of er een vergoeding voor krijgt.
Exe9n van de argumenten is, dat boeken bijvoorbeeld, in de eerste drie jaar het meeste geld opleveren (75% van het geheel). Daarna verdient de schrijver er toch eigenlijk niks meer aan. Waarom zou een schrijver de eigenaar blijven van iets waar hij toch niets meer voor krijgt,  vraagt GL zich af.
Mijn eerste boek -een dichtbundel- verscheen in 1979. Heel af en toe wordt daar wel eens een gedicht uit geplaatst in een bloemlezing. Daar krijg ik dan een paar euro voor. Het is de moeite niet waard, daar heeft Groen Links gelijk in.
Mijn kinderboeken verschijnen sinds 1984. De eersteling is vorig jaar nog herdrukt. Daar heb ik een paar duizend euro voor gekregen. Het is de moeite niet waard, da’s wxe1xe1r Groen Links. Met zekere regelmaat verschijnen er herdrukken van andere boeken die ik langer dan tien jaar geleden schreef. Steeds weer verdien ik daar wat mee, maar Groen Links vindt dat ouderwets en achterhaald; niet ik, maar iederxe9xe9n zou aan mijn boeken moeten verdienen.
Al mijn boeken van vxf3xf3r (en nxe1) 2000 staan in de openbare bibliotheken. Ze worden uitgeleend en daar krijg ik dan weer geld voor. Het gaat om een mille of wat per jaar. Het is de moeite niet waard, GL.
Groen Links stelt een onteigeningsprocedure voor die sinds de Russische revolutie niet meer is voorgekomen. Alles wat ik voor de eeuwwisseling heb gedaan is, als het aan Groen Links ligt, van iedereen maar zeker niet meer van mij.
Hoe heten ze ook alweer, die twee Engelse jongens, die met twee anderen zo’n bandje hadden. Exe9n ervan is al 30 jaar dood en die ander heeft al genoeg geld verdiend en bovendien, zo’n liedje als Yesterday, je kunt toch niet volhouden dat dat ‘van jou’ is? Dat is toch algemeen en openbaar bezit? Toe nou toch! Geestelijk eigendom? We moeten maar eens af van zulke abstracte begrippen.
Het zijn grote denkers, bij Groen Links.
De werkgever die na tien jaar tegen zijn personeel zegt: Mxeansuh, ik heb jullie nou tien jaar betaald, dus het is verder mooi geweest, vanaf nu werken jullie gratis! vindt bij GL een warm nest.
Vers brood levert de eerste drie uur het meeste geld op. Na drie uur hoeft er niet meer voor betaald te worden, lijkt mij zo. Mijn huis is van de bank. Na tien jaar hypotheek betaald te hebben, kan ik besluiten voortaan gratis te wonen want dan is dat huis van mij. En die auto die de buurman al twee jaar heeft, wat verdient ie daar nou nog mee? Die auto is mijn!
Omdat Groen Links dicht bij de mensen staat, kun je de grote groene denkers via internet aanspreken. Ik stuurde een mail aan een van de Tweede Kamer-leden met de vraag waarom mijn eigendommen mij worden afgepakt. Het antwoord was een vrij exacte kopie van het artikel in de Volkskrant. Rechtstreeks antwoord op mijn vraag kreeg ik niet. Een kinderboekencollega vroeg lijsttrekster Halsema per mail om opheldering. Ze kreeg het letterlijk identieke antwoord als ik. Groen Links antwoordt niet op rechtstreekse vragen.
Bezorgd mailde ik onze Haarlemse Groen Links politica Tenda Hoffmans om uitleg. Zij wil namelijk knokken voor wat kwetsbaar is en ik voelde mij opeens nogal kwetsbaar. Bovendien: als lokale politica staat zij het aller groenlinkst bij mensen, toch?
Van Hoffmans kwam het duidelijkste antwoord: helemxe1xe1l geen woord en daar zat dus geen woord verhullende politieke taal bij.   
Alles van waarde is weerloos…. van wie is die meer dan 10 jaar oude dichtregel ook alweer? Ach natuurlijk, van Groen Links!    

10 April 2010
By on 13:46
Energiek

Een hele dag naar de klote. Vanochtend om halfacht kwam ik geheel uitgeslapen en uitgerust mijn bed uit, vastbesloten er een nuttige en vooral productieve dag van te maken. Of schrijven nuttig is blijft een onderwerp van voortdurende discussie en ook over wat productief precies inhoudt, kun je van mening verschillen maar mijn voornemen was minstens xe9xe9n hoofdstuk voor mijn nieuwe  boek te schrijven. Het moest makkelijk kunnen want sinds ik in noodtempo A Christmas Carol van Charles Dickens moet vertalen en hertalen, blaak ik van de energie. Werk wekt werklust op, blijkt. Die vertaling is niet alleen een haastklus omdat hij eind april klaar moet zijn, de opdrachtgever betaalt zxf3 slecht, dat het economisch niet verantwoord is er lang over te doen. De hertaling van  Een kerstvertelling wordt een door Quentin Blake gexefllustreerde uitgave en zal vast goed verkopen, want de associatie bij boekenliefhebbers is: Quentin Blake=Roald Dahl=kassa. Alleen niet bij mij. Sociaal voelend als hij was, zou Dickens zich in zijn graf hebben omgedraaid.
Gezien mijn energieke dispositie moest dat boekhoofdstuk als vanzelf op papier komen.
Anderhalf uur later en 6 koppen koffie verder, klikte ik nog maar eens door een nieuwspagina op internet. De hele wereld bleek weer in beweging, maar ik niet. Ik was zes (schrijve: zes) regels opgeschoten.
Tegen drie uur vanmiddag had ik alle bedden verschoond en beddengoed gewassen, de bovenverdieping volledig gestofzuigd, planten water gegeven, het eten voor vanavond alvast voorbereid, de keuken opgeruimd, gitaargespeeld, de bouwtekeningen voor de nieuw op te bouwen etage nog eens bestudeerd, op sociale media als LinkedIn en Hyves wat hersenloos zitten klikken, mijn bureaublad in de boenwas gezet,  een slede vijftien jaar oude dia’s gescand en digitaal gearchiveerd, besloten dat ik toch iets anders wilde eten vanavond en dat voorbereid, de nieuwspagina’s op Google nog eens doorgenomen en
intensief naar de regen gekeken. Ook nog negen (negen) regels geschreven. De gerookte sigaretten heb ik niet geteld.
Nu de middag langzaam richting borreluur glijdt, kan ik vaststellen dat de dag naar de kloten is. Daar zit ik dan onverminderd energiek te wezen en me machteloos aan mijn bureau te vervelen. Ik zou om toch nog xedxe9ts gedaan te hebben vandaag, mijn werkkamer kunnen witten. Maar ja… dan kan ik net zo goed verder aan Dickens.
Ik wou dat ik iets omhanden had. Aan de energie ligt het niet, vandaag.

31 March 2010
By on 14:52
Terug naar de schoolbanken

In tijden van crisis is de schrijver net zo kwetsbaar als iedere andere kleine zelfstandige, met dit verschil dat bij schrijvers de klap met vertraging komt. We lopen achter de markt aan en bezuinigingen bij de overheden worden pas na een jaar of twee effectief. Tegen de tijd dat voor iedereen het grote leed alweer zo’n beetje geleden is, begint het bij ons pas echt.
Dit wetend ben ik naarstig aan het hamsteren en nog meer dan anders kijk ik uit naar bezigheden die wat meer zekerheid bieden dan dat ene opdrachtboek of dat ene vrije werk waarvan je maar nooit weet of het een beetje verkoopt.
Het zoeken van werk heb ik altijd beschouwd als het tweelingbroertje van bedelen. Ik kan het niet goed, ik durf het niet. Bovendien, wie zoekt kan geen nee meer zeggen als hij iets vindt, ook al is de vondst niet helemaal waar je naar gezocht had. Je hebt een zekere hoeveelheid geluk nodig.
Veertien dagen geleden sprak het geluk mijn antwoordapparaat in: de Schrijversvakschool in Amsterdam belde, of ik op hxe9xe9l korte termijn een cursus kinderboekenschrijven kon overnemen.
Een cursus kinderboekenschrijven… herinneringen fladderden op als spreeuwen van een boomtak.
Begin jaren tachtig, toen  allerlei tijdschriften mijn korte verhalen wxe9l wilden publiceren maar allerlei uitgeverijen niet, klaagde ik mijn nood bij Guus Kuijer die op dat moment op de top van zijn roem  stond. Waarom was bijlage De Blauwgeruite Kiel in Vrij Nederland voor iedereen een pracht van een springplank, maar voor mij niet?
Welwillend las Kuijer een paar van mijn verhalen, vermoordde ze met zijn rode potlood en nodigde me uit om zijn cursus Schrijven Voor Kinderen te volgen. Drie maanden ging ik op dinsdagavond naar Den Haag, waar Guus zijn cursus gaf, en in de vierde maand  besloot uitgeverij Harlekijn het boek dat ik geschreven had, uit te geven. Was dat te danken aan Guus’ didactische kwaliteiten? Kuijers cursus zal me ongetwijfeld een duw in de goede richting gegeven hebben maar ik hou het erop dat ik er op eigen kracht ook wel gekomen was. Van mijn medecursisten destijds is alleen Bert Kouwenberg publicerend auteur geworden. Schrijven kun je volgens mij niet leren zoals je patroontekenen of bloemschikken kunt leren.
Nu is dus het moment aangebroken dat de leerling leraar wordt. Die cursus neem ik niet op korte termijn over, maar in het komende seizoen ga ik wel lesgeven in het schrijven voor kinderen. Dat beetje extra  zekerheid waar ik naar zocht dient zich aan in de vorm van een docentschap. Zesentwintig jaar na Kuijer kan ik zelf gaan ondervinden of mijn stelling standhoudt.
Ik ben benieuwd of ik op die cursus mezelf van toen tegenkom.

10 March 2010
By on 11:53
Mag dat nou allemaal maar zomaar?

Geachte ombudsman van het Haarlems Dagblad. Nooit had ik gedacht in een positie te geraken u te moeten schrijven. De ombud was in mijn perceptie bedoeld voor mensen die niet verder komen dan:  ‘Maar ombudsman mag dat nou allemaal maar zomaar?’ Zo iemand heb ik nooit willen zijn, ik heb nooit vertrouwen willen hoeven stellen in de ombud. Sinds Marcel van Dam het bewijs leverde dat Exota-flessen spontaan ontploften, geloof ik in Sinterklaas, zeg maar.
Toch is het nu zover gekomen dat ik u schrijven moet. In uw artikelen in het Haarlems Dagblad (de oudste nog verschijnende krant ter wereld- ik geloof ook in de Kerstman, zeg maar) toont u zich begaan met slachtoffers van grote concerns met slechte administraties en onwillige servicemedewerkers en stelt u zich te weer tegen onrechtmatige incasso’s  en al dat andere leed dat lezers van Haarlems Dagblad wordt aangedaan. Het is daarom dat ik u een geval van onrecht wil voorleggen.
Als bewoner van het Grote Kinderboekenbos waar schrijvers, dichters en tekenaars vredig bijeen wonen, ben ik een goedgelovig mens. (Zie boven). Wij in het Grote Kinderboekenbos mxf3xe9ten dat wel zijn, want het is onze taak de jeugd vertrouwen in de toekomst, de mensheid en het geheel der wereld te geven. Wij doen dat door het schrijven van verhalen, liedjes en gedichten waarin wij de wereld aanprijzen als waren wij kooplui op de markt. ‘Hebt hoop!’ roepen wij onze lezertjes toe. ‘De wereld is zo slecht niet als de kranten beweren. Geloof die journalisten niet die de wereld afschilderen als een poel des verderfs. De mens is goed, alles zal reg kom en eerlijk duurt het langst.’
Sprookjes, wat u zegt, geachte ombudsman van het Haarlems Dagblad, maar zo zijn wij, we kunnen niet anders. Waar uw mede-journalisten de waarheid aan het licht brengen, verduisteren wij in het Grote Kinderboekenbos die juist. Mijn verhalen zult u daarom niet snel in het Haarlems Dagblad tegenkomen. Ze zijn aanwijsbaar niet waar, terwijl journalisten juist de waarheid schrijven.
Maar nu, beste ombudsman, is het de wereld op zijn kop. Ik ben opeens gedwongen een waarheid aan het licht te brengen die de krant juist probeert te verbergen. Dreigementen worden daarbij niet geschuwd. Nooit meer zal het Haarlems Dagblad een woord over me schrijven wordt er gedreigd, als ik de waarheid vertel: dat de krant geen meneer is maar een vrek. Maanden en maanden geleden zei die meneer: ‘Schrijf jij een verhaal voor ons? Wij willen dat zxf3 graag dat we je ervoor gaan betalen met echt geld.’
Er ging een gejuich op boven mijn open plek van het Grote Kinderboekenbos. ‘Nieuwe klompjes,’ jubelden de kinderen. En: ‘Een warm hemd voor de winter!’
Trots schreef ik een fijn verhaal voor de krant: Sterrekruid, alruinwortel en edelspoor.  Het was een verzonnen verhaal, geachte ombudsman, het was niet waargebeurd. Ik ben de eerste om dat toe te geven. Toch kwam het in de krant te staan. Kijkt u maar op 3 oktober.
Maar ombudsman, mijn kinderen sjokken blootsvoets door de sneeuw van het Grote Kinderboekenbos omdat hun vader hen de beloofde klompjes niet kan geven. Zijn dragen geen warm hemd voor de winter, want de krant heeft niet de waarheid gesproken. De krant wil mij helemaal geen echt geld betalen.
Nu ik dit hardop heb geschreven, gaat de krant mij doodzwijgen en zal mijn erfenis bestaan uit een onbetaalde rekening van het Haarlems Dagblad.
Ik ben slachtoffer van grote concerns met slechte administraties en onwillige servicemedewerkers, ombudsman. Strikt gezien heeft de krant mijn verhaal gestolen. Ombudsman, mag dat nou allemaal maar zomaar?

22 December 2009
By on 14:35
Onzinnig

Aangezien ik niet gelovig ben, moet ik het voor de zingeving van mijn bestaan hebben van de werkelijkheid. Het beoefenen van wetenschap is een van de betrouwbaarste manieren om de werkelijkheid te beschrijven en de wetenschap stelt mij zelden teleur. Vooral promotie-onderzoeken hebben mijn warme belangstelling. Nooit ben ik gelukkiger dan wanneer het bijvoorbeeld bewezen wordt dat mannen drie keer zoveel liegen als vrouwen, of dat het helemaal de lipiden in gezichtscrxe8mes niet zijn die bij vrouwen een jonge huid bewerkstelligen.  Zo wil ik ook wel voor een zingevende beschrijving van de werkelijkheid zorgen.
Een promotie-onderwerp diende zich eergisteren aan via de brievenbus van mijn webstek. Lezertje Jawad schrijft: je boek van paniek in het jeugd journaal ik  moet een spreekbeurt doen ik wil weten wat het allemaal over gaaat. Ik schrijf hem (m/v) dat het misschien een idee is om het boek te lezen zodat hij weet waar het over gaat. Het antwoord roept eerst een glimlach op en daarna verwondering:

<!–.hmmessage P{margin:0px;padding:0px}body.hmmessage{font-size: 10pt;font-family:Verdana}–>

ja maar heb ik gelezen en ik moet een verslag zeggen en ik stotter.
Op mijn nu reeds 25 jaar durende tournee langs Nederlandse en Vlaamse scholen en bibliotheken ben ik heel wat nieuwe Nederlanders tegengekomen, maar nxf3xf3it heb ik er een horen stotteren. In tegendeel, ze zijn meestal rad van tong. En daar dient zich het onderwerp van mijn studie aan.
Ik heb een premisse waar het xenofobe deel van Nederland juichend van op springt: Wij westerlingen gaan zo gebukt onder onze eigen superioriteit dat we niet meer uit onze woorden komen. Hoe superieurder het volk, hoe meer er gestotterd wordt. Frans Bauer is een aansprekend bijvoorbeeld
De zoektermen  China en stotteren leveren gecombineerd geen hits op. Ik snap dat meteen. Nog nooit heb ik een Chinese serveerster horen stotteren bij het doorgeven van bestellingen aan de kok.
Stotteren bij niet-Westerse Nederlanders is de werktitel van mijn onderzoek. Ik weet al bij wie ik zijn moet voor de financiering van mijn zingeving.

18 November 2009
By on 10:52